Haagser dan Jan Vermolen krijg je het bijna niet. Recht voor z’n raap, veel humor en genoeg verhalen voor een biografie. We spreken met Jan af in Paviljoen Malieveld. Bij Hagenaars bekend als de poffertjestent op het Malieveld. Al een begrip sinds 1941. En Jan wilde graag op de foto met de skyline van Den Haag. En die is goed te zien vanaf hier. Bij een kop koffie en een glas cola vertelt Jan over zijn jeugd, zijn leven als kermisexploitant en de bekende oliebollenbakkerij aan de Grote Markt. En natuurlijk zijn liefde voor de stad en de Haagse cultuur.
‘Die Haagse cultuur is een beetje aan het uitsterven en dat is wel jammer. Mensen van buiten de stad moeten altijd even wennen aan onze directheid, maar uiteindelijk houden ze ervan. Ik heb jaren in dorpen en steden door het hele land gestaan. Waaronder een dorp in de Achterhoek. In het begin schrokken ze van mijn directheid. We gingen na afloop altijd wat drinken in de plaatselijke biertent. Toen ik daar voor t laatst was, ging ik op de schouders en iedereen riep “Jantje bedankt”. Dat is mooi.
‘Wat ik in die tijd ook op veel plekken heb geïntroduceerd is het broodje speklap Katjang. In Den Haag bij veel broodjeszaken te krijgen zoals Broodje van Dootje en De Vrijheid. We verkochten er op een gegeven moment bijna 1500 per dag. Ze vonden het zo lekker, ze kregen nog net geen krulstaart,’ vertelt Jan lachend.
Jan is de zevende generatie die zijn geld verdient met kermisexploitatie. En zij hebben altijd al op een woonwagenkamp gewoond. Als kind vlakbij het Westeinde. Waar hij als kind de naalden uit de spuitjes bij het afval haalde, daar water indeed en zo zijn eigen waterpistool maakte.